Home > Column > Afschrikbeleid

Er gaat geen maand voorbij zonder telefonische noodkreet van een kennis uit mijn land. Deze keer is het een blogger van 22 jaar die vreest voor zijn leven. ‘Ik moet het land uit,’ zegt hij vastberaden. Ik luister en stel mij weer voor hoe het was toen ik zelf het land wilde ontvluchten. Om mijn verleden niet te vergeten probeer ik dat zo gedetailleerd mogelijk te herinneren.

Terwijl hij zijn situatie uitlegt en ik mijn twintig jaar jongere ‘ik’ probeer voor te stellen, ijsbeer ik door mijn kamer, als een bokser die zich voorbereidt op de beslissende wedstrijd. Mijn ademhaling wordt sneller en de rondjes kleiner en kleiner, totdat ik sta te springen en te hyperventileren in de kamer. En ja hoor, net als vorige keren, krijg ik een stoot die mij even knockout slaat. Ik lig op de grond.

Het is nu heel stil aan de telefoon. Lichten flitsen in mijn ogen.

‘Hoe moet ik hier weg?,’ vraagt hij. Mijn mond is droog, maar uiteindelijk kom ik met een antwoord, het enige dat tot dood of leven kan leiden. Ik zeg: ‘Niet, dat kan niet. Alle wegen zijn afgesloten.’

Een vlucht via zee, op een gammel bootje, valt niet aan te raden. Stel je voor dat je op zo’n boot in de problemen komt: zonder brandstof, zonder enig hulpmiddel, midden op zee. Er komen schepen langs die jou wel zien, maar je negeren, want ze mogen niet meer helpen.

Hij begrijpt het niet. Ik, terwijl ik mijn best doe, ook niet. Maar het is echt waar. Zelfs handelsschepen en vissersschepen mogen geen vluchtelingen oppikken uit zee, zelfs niet als het gaat om ‘zinkelingen’. Het enige schip dat dit nog deed, de Aquarius, moet nu ook stoppen met het redden van mensenlevens. De Italiaanse autoriteiten beweren dat de Aquarius illegaal afval dumpt in Italiaanse havens. Ik weet niet hoe het redden van mensenlevens milieuvervuilend kan zijn, hoezeer ik mijn best doe om dit te begrijpen.

Zelfs als je in zee ligt, in Europese territoriale wateren, je halfdood trappelt en geen kant op kunt, behalve richting de zeebodem, word je niet gered. Je moet dood. Aan de andere kant van de lijn vraagt mijn kennis: ‘Wat moet ik doen? Als ik hier blijf loopt het niet goed af. Dat weet je toch?’

Het afschrikbeleid is zo dominant en overheersend dat ik er ook in ben gaan geloven. Erger nog: ik bevestig het. Maar mijn kennis weg moet uit het land waar hij gevaar loopt, daarover bestaat geen twijfel. Hij zegt dat ik zijn situatie niet begrijp. Hij ziet zich zelf niet als een ‘zinkeling’ op een gammele boot. Hij gaat zelf  een vluchtweg vinden.

Hij heeft hoop.

Ik denk nog steeds dat elk mens het recht heeft om te vluchten. Toch betrap ik mezelf er weer op dat ik doe wat Europa eigenlijk wil, afschrikken. Ik schaam me dat ik zo ben ingeburgerd.

Firoozeh Farjadnia
https://firoozehfarjadnia.blogspot.com/
Firoozeh Farjadnia groeide op in Kermanshah, een plaats in het Koerdische deel van Iran. In 1995 vluchtte ze op 25-jarige leeftijd naar Nederland, waar ze een opleiding Bouwkunde volgde. Firoozeh schrijft romans, korte verhalen en columns. In 2014 debuteerde ze met de roman Postvogel (uitgeverij Jurgen Maas). In mei 2017 verscheen haar tweede (Engelstalige) roman, The Labyrinth of Time (H&S Media). Ze werkt momenteel aan een korte verhalenbundel en aan haar derde roman.