Home > Hazem Darwiesh

Herinneringen aan Aleppo

De Syrische stad Aleppo ligt al jaren in puin, door onophoudelijk oorlogsgeweld. Bitterzoete herinneringen, zoals die van Hazem Darwiesh, zijn dan zo belangrijk om de historische stad in leven te houden. Ondanks de nachtmerries die hem blijven achtervolgen vertelt hij graag over zijn geliefde Aleppo, een verloren stukje geschiedenis in de vorm van een verwoeste stad. Mijn oma’s stenen kast De afgelopen weken werd ik ’s nachts vaak wakker in het wolven uur, het laatste uur van de nacht, waarin ik probeerde om al mijn dromen en nachtmerries onder controle te krijgen. Mijn dromen voerden mij terug naar de winterkamer

Naakt voor de IND

Het is zes uur ’s morgens. Het AZC van Dronten is donker en in mist gehuld, net als de bus die klaarstaat om vluchtelingen naar Ter Apel te brengen op de laatste dag van de IND-procedure om hun asielaanvraag te beoordelen. Je werd om vijf uur wakker, maar misschien heb je die nacht helemaal niet geslapen, bang om de bus te missen, of omdat je in gedachten alle antwoorden doorliep die je de afgelopen vier dagen aan je advocaat en de ondervragers hebt gegeven. Om half acht ’s morgens kom je aan in Ter Apel. Je wacht, nadat telefoon, pen en papieren en zelfs je kruiswoordpuzzel van je worden afgenomen.
Bashar al-Assad, foto: Kremlin.ru

In het hoofd van Bashar al-Assad

Zaterdagochtend slaakte president Assad een zucht van verlichting. De westerse aanval die zojuist had plaatsgevonden was beperkt, en het Westen had verklaard dat er geen verdere aanvallen zouden volgen. Donderdagavond lag dat nog anders. Het had hem angst aangejaagd. maar hij probeerde zich te beheersen en rustig te blijven. Trump leek weliswaar terug te krabbelen, maar de Britse premier May benadrukte dat Assad echt moest worden afgestraft voor de inzet van chemische wapens op de rebellenenclave Douma vorige week. Eigenlijk begrijpt hij niet waarom de westerse wereld ditmaal zo boos is. Hij doet toch niets nieuws? Ook in het verleden

Hoe de wereld toekijkt in Syrië

In de Volkskrant van 22 februari stond een foto van minister Sigrid Kaag op bezoek bij de Iraanse president Hassan Rohani. Ze draagt een lange zwarte jas. Haar schouders zijn licht gebogen, haar handen hangen krachteloos langs haar lichaam. Het gezicht is verborgen achter haar sluier. Ze staat op enkele meters afstand van de Iraanse president in een zwarte mantel. Zijn handen zijn onzichtbaar, maar zijn gezicht is wel duidelijk in beeld: hij glimlacht. De ruimte tussen beiden wordt benadrukt door de bloemen van het Perzische tapijt op de grond. Ik probeer op deze foto iets terug te vinden van het karakter van Sigrid Kaag, maar vindt niets. Zij treedt hier op als de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, maar de foto toont een ondergeschikte houding. De foto wekt de indruk

Het meisje dat in Oost-Ghouta om haar moeder riep

In het NOS-journaal, begin maart, rent een Syrisch kind uit Oost-Ghouta angstig tussen de puinhopen door. Ze roept om haar moeder. Het geluid dringt diep bij mij naar binnen. Ik sta in mijn keuken in Nederland, maar hoor het kind alsof ze in mijn huiskamer staat.  Om mijzelf te beschermen en mijn eigen angsten te beheersen, probeer ik me af te sluiten voor deze mensen. Maar hoe ik dat ook probeer, het lukt me niet. Zij blijven bij mij naar binnen komen via de Nederlandse media. Ik ga naar de kamer en zet de TV uit. Pak mijn fiets en ga naar buiten. Ik fiets via het Engelse Werk in Zwolle naar de IJssel. Weg van de geluiden, weg van de negatieve gedachten.

Fietsend door Zwolle

Vandaag is het koud in Zwolle. De grote kerstboom staat nog in het centrum. Veel mensen wandelen op straat. Relaxed en zonder kerststress bekijken ze de etalages. De winkels zijn nog niet open. Jij fietst rustig door het centrum en zoekt een winkel. De oplader van je mobieltje is sinds gisteravond kapot. Zonder mobieltje was je even afgesloten van de buitenwereld.  Je voelt je lusteloos. Maar waarom voel je je zo nu je door Zwolle fietst?  Fietsend door de stad herinner je je de wandeling met je vriend die de vorige week bij jou op bezoek kwam. Jullie wandelden samen door de stad en spraken

Marij, of mijzelf in de spiegel

Vandaag kwam Marij natgeregend aan bij de bibliotheek. De regen verraste haar op de fiets toen zij naar onze ontmoeting kwam. Zij zat aan de tafel, dicht bij het raam, met uitzicht op de IJssel, zichzelf te drogen. Ik ging kopjes warme koffie halen. Daarna pakte ik mijn papieren en boekje om ons gesprek te beginnen. Het is niet gemakkelijk voor Marij om met praten te beginnen. Maar wanneer zij begint, begrijpen wij elkaar met een enkel woord. Marij helpt mij om Nederlands te leren. Daarvoor fietst zij elke week 4 kilometer om mij te ontmoeten. Zij komt uit Zwolle

Een huisje in Holland!

Zoals elke zaterdag ga je op je fiets naar de weekmarkt in het centrum van Zwolle, en kijk je rond tussen de groentegewassen, de kleurrijke bloemen, het warme brood en de vis in al z’n vormen. De vis, die de Nederlanders op de markt graag eten, tussen de drukte en de geluiden van de kraampjes. Je koopt alles wat je nodig hebt, plus een bos oranje tulpen van een lieve bloemenverkoper. De verkoper, die weet dat je elke zaterdagmiddag bij haar komt, pakt de bloemen voor je in en ze vraagt naar de vriend met wie je laatst over de