Home > Column (Page 2)

Mijn heldin Nesrin

Soad Salem kent Nesrin van voor haar vlucht uit Libië, een land dat in chaos verkeert. Waar milities de macht hebben gegrepen en het lezen van boeken, laat staan het schrijven van kritische blogs, ongewenste activiteiten zijn, zeker voor vrouwen. Ook autorijden is voor hen niet vanzelfsprekend. Maar Nesrin laat zich niet uit het veld slaan. Haar opgewekte houding geeft veel vrouwen in Libië de kracht om door te gaan. “Aan de slag, vrienden!” Zo begint Nesrin dagelijks haar werk in de kraamkliniek én de blog die ze bijhoudt. Ik volg haar sinds ze schrijft over haar werk als verpleegkundige

Schijnpiet

Geen Zwarte Piet, Kleurpiet of Regenboogpiet, maar Schijnpiet. Firoozeh Farjadnia blikt terug op de zwartepietendiscussie.   Elke jaar rond deze tijd, schijnt het weer. Eerst heel zachtjes en kort, dan langzaam heftiger en langduriger. Mijn pijn bouwt op, totdat ik er ’s nachts wakker van wordt. Met een hand op mijn wang loop ik naar de spiegel en kijk nauwkeurig of ik zwellingen zie. Ik zoom net zolang in totdat ik een verschil kan vinden tussen mijn rechterwang en de linker. Vanaf dat moment is alle andere ellende van de baan — de halfdode cv-ketel, de lekkende wc-pot, de kapotte

Turkse Tulpen

Firoozeh Farjadnia over Turkse protesten in Rotterdam en de verwarrende vragen die dat oproept over identiteit.   Het is 08:00 uur, een week voor de Nederlandse verkiezingen van maart 2017. De Turkse minister van Buitenlandse zaken krijgt geen toestemming om in Rotterdam campagne te voeren voor een Turks referendum over de grondwet. Ik ga naar zumbales in de sportschool. De docent is een vrouw uit Latijns-Amerika. Ze spreekt alleen een beetje Engels en ziet eruit alsof ze uit Iran komt of uit Turkije. Ondanks dat ze geen Nederlands spreekt, geeft ze heel vrolijk en energiek les. Het is 14:00 uur.

Mahtab, haar nieuwe land en minister Blok

Na lange tijd kom ik Mahtab, die ik een paar keer heb ontmoet op Iraanse feesten, weer tegen in een café. Ze zit net als andere studenten achter haar laptop. Ik weet dat ze net met een masteropleiding is begonnen. Ze zit te werken maar zodra ze me ziet, nodigt ze me uit om samen een kop koffie te drinken en bij te praten. Ik vraag naar haar studie en het leven hier: ik ben nieuwsgierig naar haar mening over en belevenissen in haar nieuwe land. Mahtab kwam vier jaar gelden uit Iran naar Nederland. Na de asielprocedure begon ze

Nederland ruikt naar koe en vreemde bloemen

In 2012 ben ik uit Syrië gevlucht voor de crisis. Ik kon alleen de noodzakelijke spullen meenemen die belangrijk waren voor mijn kinderen. Met mijn koffers reisde ik naar Egypte zonder afscheid te nemen van Damascus. Als ik nu terug kijk op dit moment, besef ik hoe zwaar en hartverscheurend deze beslissing was. Het was niet vrijwillig om zomaar opeens mijn geboorteland, herinneringen, familie, alles achter te laten. Ik moest zo snel mogelijk uit Damascus vertrekken. Door alle haast kon ik zelfs geen afscheid nemen van alle plekken in Damascus waar ik zoveel mooie herinneringen aan had. Alle stenen van

Het kind met de naam van mijn zoon

Bijna drie jaar geleden zag ik hem voor het eerst: Een kind van vijf in het kantoor van het IND in Den Bosch. Hij was aan het spelen. Toch leek hij niet op andere spelende kinderen, stotterend, zonder ouders. Het kind met dezelfde naam als mijn zoon kwam in juli 2014 naar Nederland met zijn negentienjarige oom. Onderweg hadden ze heftige dingen meegemaakt: de gevaarlijke oversteek van de grens tussen Algerije en Libië, met smokkelaars. In het konvooi kregen ze een week lang geen eten, om af te vallen. Goed idee, meenden de smokkelaars, want dan pasten er meer mensen

Naakt voor de IND

Het is zes uur ’s morgens. Het AZC van Dronten is donker en in mist gehuld, net als de bus die klaarstaat om vluchtelingen naar Ter Apel te brengen op de laatste dag van de IND-procedure om hun asielaanvraag te beoordelen. Je werd om vijf uur wakker, maar misschien heb je die nacht helemaal niet geslapen, bang om de bus te missen, of omdat je in gedachten alle antwoorden doorliep die je de afgelopen vier dagen aan je advocaat en de ondervragers hebt gegeven. Om half acht ’s morgens kom je aan in Ter Apel. Je wacht, nadat telefoon, pen en papieren en zelfs je kruiswoordpuzzel van je worden afgenomen.
Bashar al-Assad, foto: Kremlin.ru

In het hoofd van Bashar al-Assad

Zaterdagochtend slaakte president Assad een zucht van verlichting. De westerse aanval die zojuist had plaatsgevonden was beperkt, en het Westen had verklaard dat er geen verdere aanvallen zouden volgen. Donderdagavond lag dat nog anders. Het had hem angst aangejaagd. maar hij probeerde zich te beheersen en rustig te blijven. Trump leek weliswaar terug te krabbelen, maar de Britse premier May benadrukte dat Assad echt moest worden afgestraft voor de inzet van chemische wapens op de rebellenenclave Douma vorige week. Eigenlijk begrijpt hij niet waarom de westerse wereld ditmaal zo boos is. Hij doet toch niets nieuws? Ook in het verleden

Hoe de wereld toekijkt in Syrië

In de Volkskrant van 22 februari stond een foto van minister Sigrid Kaag op bezoek bij de Iraanse president Hassan Rohani. Ze draagt een lange zwarte jas. Haar schouders zijn licht gebogen, haar handen hangen krachteloos langs haar lichaam. Het gezicht is verborgen achter haar sluier. Ze staat op enkele meters afstand van de Iraanse president in een zwarte mantel. Zijn handen zijn onzichtbaar, maar zijn gezicht is wel duidelijk in beeld: hij glimlacht. De ruimte tussen beiden wordt benadrukt door de bloemen van het Perzische tapijt op de grond. Ik probeer op deze foto iets terug te vinden van het karakter van Sigrid Kaag, maar vindt niets. Zij treedt hier op als de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, maar de foto toont een ondergeschikte houding. De foto wekt de indruk

Kleine Mo

Tien jaar nadat een Arabische leerling van Goran Trkulja de jeugdinrichting was ontvlucht, komt hij hem tijdens een fietstocht weer tegen. Met een mooie boodschap.   Na het eten met vrienden in 's Hertogenbosch fietsen mijn vrouw en ik terug naar huis. Op de weg naast het fietspad haalt een nieuwe zwarte Audi ons langzaam in. De zijruit gaat open. Een jonge man met Arabisch gezicht roept iets naar mij, maar ik versta hem niet. Ik stap van mijn fiets af. De Audi stopt ook. Nu hoor ik de man wel. -Meneer, hebt u ooit in O. gewerkt? Zijn gezicht