Home > Buitenland > De hitte van een ware hel

Zevenentwintig  jaar geleden ervoer Khojali de hitte van een ware hel, terwijl het een koude winterdag was.

Ik heb mijn artikel niet zomaar zo genoemd.  Op 26 februari 1992 kende de Azerbeidzjaanse stad Khojaly een hete winter, terwijl het koud was. De hitte van een ware hel. Het Armeens-Russische leger viel de stad binnen en zorgde voor een bloedbad onder de lokale Azerbeidzjaanse bevolking. Op één avond verloren volgens de Azerbeidzjaanse autoriteiten 613 mensen het leven. Honderden inwoners werden dakloos. Wie waren de daders? Iedereen weet dat, tot op de dag van vandaag: het de Russische en Armeense leger. Maar de internationale gemeenschap is net als altijd, stil.  Wij Azerbeidzjanen zien het als volkerenmoord, ofwel, genocide.

Khojaly is een Azerbeidzjaanse stad, die momenteel in handen is van buurland Armenië. Ongeveer een vijfde (20%) van Azerbeidzjan is nog steeds in bezit van Armenië (Nagorno karabach en nog zeven andere steden). Even ter informatie, Azerbeidzjan behoorde vroeger tot de Sovjet Unie. Sinds 1991 zijn we onafhankelijk. Maar voor die strijd, hebben veel mensen hun leven verloren. En Rusland stookt nog altijd tussen Azerbeidzjan en Armenië.

onbekend.jpg

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft hierover vier resoluties aangenomen1. Volgens deze resoluties moet Armenië Nakorno Karabag en de andere bezette gebieden vrijgeven. Maar Armenië wil dat niet.

Als onderdeel van de jaarlijkse bijeenkomst van het coördinatiecomité van de Armeense organisaties in Frankrijk, heeft president Macron beloofd op de Franse kalender een herdenkingsdag toe te voegen voor de “Armeense genocide” in 1915. Maar over Khodjali blijven de wereldleiders zwijgen.

Er moet meer aandacht zijn voor wat er in Khojaly is gebeurd. Er is sindsdien bijna zevenentwintig jaar verstreken, en tot nu toe hebben wereldleiders, onderzoekers en journalisten er geen aandacht aan besteed. Terwijl er genoeg feiten zijn, foto’s en videobeelden en getuigenissen van de overlevenden. Waarom staat de slachting van Khojaly niet bekend als genocide? Waarom zwijgen de wereldleiders, die wel praten over gerechtigheid in grote zalen en op tv

onbekend.jpg

Zelfs een van de Armeense beroemde schrijvers, Zori Balayan, heeft toegegeven hoe hijzelf heeft deelgenomen aan het bloedbad in Khodjaly. Ook een Armeense journalist, Daud Kheyriyan was er bij en hij schrijft in zijn boek, getiteld For the sake of Cross: “… Sometimes we happened to march on dead bodies. In order to cross a swamp near Dashbulag, we have paved a road composed of dead bodies. I refused to march on dead bodies. Then colonel Oganyan ordered me not to scare. It is one of military laws. I have pressed my one foot onto the breast of a wounded girl aged 9 or 10 years and marched… My legs, my photo camera were in blood…” zo schreef ik eerder al (zie noot).

Voor het Azerbeidzjaanse volk gaat het om groot onrecht. De Azerbeidzjanen snappen niet waarom ze dat toekomt. Maar ze geloven nog steeds dat gerechtigheid zal zegevieren.

 

 

Waardeer dit artikel!
Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.
Mijn gekozen waardering € -
Steun RFG Magazine!

Dit artikel lees je gratis. Vind je het onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een maandelijkse bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.Door je eerste betaling ga je akkoord met een maandelijkse afschrijving voor een periode van 1 jaar!

Mijn gekozen waardering € -

 

Vugar Abbasov
Vugar Abbasov is geboren op 30 juni 1974 in Bejlakan (Azerbeidzjan). Van 1975 tot 2008 heeft hij in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe gewoond. Daar studeerde hij aan de Wester Universiteit. Van 1993 tot 2008 werkte Vugar als journalist voor de Azerbeidzjaanse publieke omroep. Sinds 2008 woont hij samen met zijn vrouw en twee kinderen in Nederland. Hij is lid van On File JV en Azerbeidzjaanse Journalisten Vereniging en de voorzitter van de stichting “Connect.”