Home > Buitenland > De zakdoek

Twee ruiters strijden op hun paard om de zakdoek van de bruid. De een pakt haar zakdoek en snelt, achtervolgd de ander, naar het eindpunt van het parcours. Wie daar de zakdoek aan de bruidegom overhandigt, heeft de wedstrijd gewonnen, en wordt door de vader van de bruidegom beloond. Dat betekent in Koerdistan het begin van het huwelijksfeest.

 

Het was de zakdoek van de zanger Charles Aznavour die mij aan deze traditie herinnerde. Had misschien ook het zakdoekje dat Aznavour vanouds aan het eind van zijn concerten op de grond liet vallen een of andere symbolische betekenis? Moest het zakdoekje, dat nog nat was van zweet en tranen, aan het drama van de Armeense genocide herinneren?

   Op donderdag 26 maart 2015 keek ik naar De Wereld Draait Door, waarin Aznavour ter sprake kwam. Inmiddels 91‑jarig, zou hij op 22 november dat jaar voor de allerlaatste keer een concert geven in Amsterdam. Ik had wel eens van hem gehoord, maar kende hem tot dusverre niet echt. De geweldige manier waarop hij zong, voerde mij echter meteen mee naar de geschiedenis van de zangcultuur in Mesopotamië.

 

Hoezeer ik ook erg geïnteresseerd ben in muziek, is door mijn gebrek aan kennis van Westerse talen mijn kennis van de Westerse zangcultuur toch vrij beperkt. Maar de naam Aznavour zette mij aan het denken over zijn afkomst. Zijn vader was tijdens de genocide op de Armeniërs en de Aramese volken uit zijn geboortestreek gevlucht, waarbij ik vermoed dat hij uit de buurt van mijn eigen geboorteplaats afkomstig is. ‘Aznavour’ (in het Koerdisch Aznawur) is namelijk ook de naam van een dorp dat zich niet ver van mijn geboortedorp bevindt, en waarvan het grondgebied bovendien op papier nog in het bezit van mijn familie is. Hoogstwaarschijnlijk is de zanger genoemd naar zijn dorp, dat tot de gemeente Nisêbîn (oude naam: Nisibis) behoort.

   Het bewuste dorp ligt op een heuvel op de grens van Noord-Koerdistan en West-Koerdistan, dat door Turkije respectievelijk Syrië is bezet. In het oude dorp bevond zich ooit een kasteel met de naam Aznawur, dat nog tot aan de Eerste Wereldoorlog heeft bestaan; het dorp is naar dit kasteel vernoemd. Charles Aznavour heeft het zingen waarschijnlijk van zijn vader of moeder overgenomen, want zo ging dat in Mesopotamië vaak. Zoals in alle oude volksculturen vormt de orale traditie in Mesopotamië een van de belangrijkste uitingen ervan. Ook bij veel andere volkeren is die orale traditie vaak nog zeer levend, maar in Mesopotamië is zij misschien nog wel rijker dan waar dan ook.

   Dat valt niet los te zien van het feit dat Mesopotamië tot de gebieden op Aarde met de oudste menselijke beschaving behoort. Hier ontstond het schrift, hier werden de eerste steden gebouwd, hier kwam al zeer vroeg landbouw tot ontwikkeling en werden al zeer vroeg dieren getemd om ze aan de mens dienstbaar te maken. De vocale traditie is hier duizenden jaren oud; men kan hier zomaar iemand tegen het lijf lopen die het epos van Gilgamesj vertelt, of andere oude mythologische verhalen over bepaalde aspecten van de ontwikkeling van de mensheid.

   Kenmerkend voor deze traditie is daarbij dat de zanger of verteller meestal ongeschoold is. Hij of zij neemt de verhalen over van een voorganger, of baseert ze op verhalen die hij in het ‘gewone’ volk verneent, en brengt ze daarna dan in een nieuwe, heel persoonlijke versie, waarbij alleen enkele basisregels van de zangcultuur in het oog gehouden worden. Zijn of haar deskundigheid blijkt vooral uit het vermogen om makkelijk het publiek te bespelen en in directe relatie met de toehoorders te treden. Deze zangcultuur vormt een rijke bron van informatie en heeft zeer grote vertellers voortgebracht.


Charles Aznavour deed mij aan een andere zanger denken, met wie hij min of meer hetzelfde lot deelt. De zanger die ik bedoel, Karapêtê Xaco, moest ook tijdens de genocide vluchten, maar werd gelukkig door een Koerd in bescherming genomen. Geboren als Armeniër, is hij zodoende binnen de Koerdische gemeenschap opgegroeid. Later is Karapêt zelfs een van de belangrijkste zangers van de Koerden uit de twintigste eeuw geworden.

   Tussen hem en Aznavour bestaan ettelijke overeenkomsten. Om te beginnen is hun beider lot in hoge mate door de genocide bepaald. De omstandigheden waarin de twee zangers terecht waren gekomen, maakte het hen onmogelijk om een normaal leven te leiden. Tragisch genoeg, zagen beide meesters zich gedwongen om zich in een vreemde taal moeten uiten, omdat zij niet in hun moedertaal konden zingen – de een in het Frans en de ander in het Koerdisch. Toen Karapêt op hoge leeftijd naar zijn moederland emigreerde, kende hij zelfs geen Armeens en moest hij zijn moedertaal nog leren.
   Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Karapêtê Xaco in Syrië bij het Franse Vreemdelingenlegioen gediend. Na de oorlog had hij van de Fransen het aanbod gekregen om zich in hun land te vestigen, maar hij had er de voorkeur aan gegeven om per schip en trein naar zijn vaderland Armenië te reizen. Net als Aznavour zou Karapêt nog tot op hoge leeftijd zingen – toen hij in 2005 in Armenië overleed, was hij liefst 103 jaar oud.

 

In een interview vertelde Karapêtê Xaco eens dat wanneer hij een verhaal of liedje hoorde, hij dat gelijk in zijn geheugen opslaan kon. Op die manier beschikte hij over een rijk repertoire, wat ons een goed beeld verschaft van de wijze waarop de zangcultuur aan het nageslacht werd overgedragen. Omdat de Koerden eeuwenlang zijn onderdrukt, ging deze traditie zelfs het krachtigste middel vormen om hun geschiedenis, hun liefdesverhalen en legendes aan nieuwe generaties door te geven. In het Koerdisch wordt deze cultuur dan ook ‘Dengbêj’ genoemd. Dat woord betekent letterlijk: ‘Degene die zingt, de zanger’. Bij de Koerden is deze cultuur zo rijk dat zelfs veel mensen uit andere etnische groepen die in Mesopotamië leven, zoals de Armeniërs, Assyriërs en Joden, vaak in het Koerdisch zingen.
   Deze traditie is zo belangrijk dat een Europese reiziger eens opmerkte: “ik heb veel volken hun paarden en ezels met een stok of een zweep zien mennen, maar de Koerden mennen hun paarden en ezels met gezang”. Ik zou deze zangers de Homerossen van Mesopotamië willen noemen, want een epos als Mem en Zîn, Siyabend en Xecê, Derwêsh en Edûlê en Cembelî doet niet onder voor die van Homeros. In de tijd dat ik onderzoek naar deze zangcultuur deed, kreeg ik eens van een zanger te horen dat als zijn grootvader het epos van Derwêsh en Edûlê voor een Koerdische prins zong, dat alles bijelkaar van begin tot eind wel drie maanden kon duren. En nog steeds is deze traditie zeer levend, en neemt zij binnen het dagelijks leven van de Koerden een belangrijke plaats in.

 

Tot slot nog even terug naar het verhaal van Aznavour. Dit stukje is niet op concrete feiten gebaseerd, maar meer op vermoedens mijnerzijds die naar belangrijke feiten zouden kunnen leiden. Op zoek naar meer informatie over Aznavour kwam ik zodoende uit bij een tv-interview met Ivo Niehe. In dat interview kwamen ook kort de genocide en de vader van Aznavour ter sprake, waarbij Aznavour vertelde dat het muziekinstrument van zijn vader in zijn eigen huisje aan de muur hangt. Dat was het spoor waarnaar ik op zoek was. Tot mijn verbazing zag ik vervolgens namelijk een traditioneel snaarinstrument dat alleen in de streek waar hij vandaan komt wordt bespeeld en geproduceerd.

   Helaas viel op het filmpje niet goed te zien of het om een instrument met vier of drie snaren ging. Er bestaat ginds namelijk een snaarinstrument met drie snaren dat alleen in die contreien voorkomt. Het is uitgerekend het instrument, waarnaar ik vanaf de jaren negentig een onderzoek ben gestart, en waarmee ik mij jarenlang heb bezig gehouden. Daarmee heb ik zogezegd een oude traditie nieuw leven ingeblazen. Als het inderdaad om het bewuste instrument gaat, dan brengt dat mijn onderzoek weer een stuk verder.

 

23 november 2015

Stêr E Neco

 

 

Waardeer dit artikel!
Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.
Mijn gekozen waardering € -
Steun RFG Magazine!

Dit artikel lees je gratis. Vind je het onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een maandelijkse bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.Door je eerste betaling ga je akkoord met een maandelijkse afschrijving voor een periode van 1 jaar!

Mijn gekozen waardering € -

 

Ster E Neco
http://www.stereneco.com
Stêr E Neco (1974, Arnas / Midyad, Koerdistan) is een journalist, fotograaf en schrijver. Van 1993 tot 1997 volgde hij lessen in kunst en perspectief in het atelier van Avni Memedoğlu in Istanbul. Daarna studeerde hij filosofie en esthetiek van 1992 tot 1996. Tijdens deze periode deed hij onderzoek naar de Koerdische folklore en cultuur. Verschillende artikelen over dit onderwerp zijn gepubliceerd in Koerdische kranten en tijdschriften, zoals 'Jiyana Rewshen'. Hij studeerde 'Schone Kunsten' aan de Academie Minerva in Groningen en 'Docent in de Kunst' aan de Zuyd Hogeschool in Maastricht, en hij studeerde een masteropleiding Culturele Studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam.