Home > Buitenland > Een sprookje in de duisternis: Hot country Cold winter
BuitenlandCultuur

Een sprookje in de duisternis: Hot country Cold winter

Een sprookje in de duisternis: Hot Country Cold Winter

Stelt u zich een land voor waarvan het jarenlang bestaande maatschappelijk systeem instort.  In dezelfde periode maakt het een grote aardbeving mee en verliest het ongeveer 5000 burgers. En tegelijk raakt het ook nog in oorlog met een buurland. Stelt u zich een film voor die pas na 23 jaar verschijnt, en waarvan de opnames met tussenpozen 12 jaar in beslag genomen hebben. En deze film verhaalt over de koude en donkere winter in dit land.

 

Het einde van de jaren ’80 en het begin van de jaren ’90 vormden voor Armenië, de kleine republiek in de Kaukasus waarom het hier gaat, een zeer roerig tijdvak. In 1988 vond in het noorden van Spitak een grote aardbeving plaats. Tegelijk viel de Sovjet Unie, waarvan Armenië politiek en economisch deel uitmaakte, uit elkaar. En in dezelfde periode begon de oorlog met Azerbeidzjan vanwege de overweldigende meerderheid van Armenen in het in de sovjet-tijd tot Azerbeidzjan behorende Nagorno-Karabach, dat zich in 1992 onafhankelijk zou verklaren. In deze moeilijke tijden had Armenië met talloze grote uitdagingen te maken. Veel mensen hadden moeite om voldoende voedsel en brandstof te vinden, en overdag was er maar gedurende een paar uur stroom. In de winters kwamen de gevolgen daarvan extra hard aan.

 

De Armeense regisseur David Safarian voert ons deze beproeving in de vorm van het verhaal over een echtpaar voor ogen. Met de film “Hot Country Cold Winter” presenteert hij de strenge Armeense winters aan de kijkers in de vorm van een sprookje. Safarian, al van kinds af aan in de filmindustrie thuis is, afgestudeerd aan de Academie voor Schone Kunsten en Drama in Jerevan en de VGIK- Film Academie in Moskou. Hij heeft het niet van een vreemde. Safarians grootvader had ooit de eerste Armeense geluidsfilm ‘Pepo’ (1935) gemaakt, en hag daarnaast nog liefst 17 andere speelfims op zijn naam staan. Hij was ooit de oprichter van de afdeling Decoratie en Techniek van ‘Armenfilm’ Studios. Safarians vader was een internationaal geprezen Armeense kunstenaar, die zestien jaar lang de Unie van Kunstenaars van Armenië had geleid, die in de jaren 70 tijdens de jaarlijkse wereldberoemde ‘Exhibition of One Work’ was opgericht.

 

Het onderstaande interview met regisseur David Safarian en actrice Yana Drouz over hun film ‘Hot Country Cold Winter’ vond in het Amsterdamse Eye Film Museum plaats.

 

ST: Hoe zijn het idee voor en het scenario van de film ontstaan?

DS: Het idee voor de film kwam van mijn hoofdrolspeelster, mijn scenarioschrijver en echtgenoot Yana Drouz. Zij schreef het eerste script. Ik heb daarna het script veranderd en verpest. (lacht) Maar bij het maken van de laatste versie van de film merkte ik dat ik, hoe hard ik ook probeerde, het script niet kon verpesten. De film en het script zijn overal ter wereld goed onthaald.

ST: De film speelt in de periode van de val van de Sovjets, de aardbeving van Spitak en de oorlog rond Karabach. Waarom heeft u voor deze periode gekozen?

DS: Ik heb deze periode niet gekozen, deze periode heeft mij gekozen. De film gaat over het verhaal van een getrouwd stel dat onder moeilijke omstandigheden in een strenge winter leeft. Dit verhaal is geen uitsluitend duister verhaal, maar bevat scherpe contrasten. Die winter zal niet de laatste zijn, er zullen andere winters volgen. Desondanks koesteren mensen dromen. Het is jouw huis en je ziet dat het er donker is, maar je hebt daar mooie herinneringen, je dromen zijn met dat huis verbonden. De film vertelt een verhaal dat zich van de jaren ’50 uitstrekt tot vandaag. Dus het gaat niet alleen om de late jaren ’80 en jaren ’90. De film vertelt ook het verhaal ervoor en erna.

Ik heb 23 jaar over het maken van de film gedaan, en ben toen ook met de opnames begonnen. In de film is er bijvoorbeeld geen elektriciteit in het huis. Wanneer het donker is in het huis, gaat plots de elektriciteit aan en werkt de radio. Op de radio valt er nieuws te horen over de oorlog in Karabach. Dus alles wat in die periode gebeurt zit in de film. In de film is er een scene waarin een aantal mensen in de rij staat voor brood. Wanneer mensen tegen elkaar aandringen zegt een vrouw: “de oorlog is niet hier, wat doen jullie?” “Hoe bedoel je: de oorlog is niet hier? We zijn gewoon in oorlog”, zegt daarop een ander.

Normaal geef ik vooraf niets weg over de rode draad die door een film van mij loopt, maar dit keer doe ik het wel. Hoofdrolspeler Asot Adamyan – zij speelt Dikran – vertelt die namelijk met behulp van poppen.  De kern: wanneer de leefomstandigheden zeer uitdagend worden, verliest de mens zeer snel en gemakkelijk zijn gezicht. In plaats van dit door mensen te laten vertellen heb ik dat ditmaal met poppen laten zien. We hebben jaren in deze moeilijke omstandigheden geleefd, maar goddank hebben we onze menselijkheid niet verloren. Dat vormt de belangrijkste boodschap van deze film: dat mensen zelfs in moeilijke omstandigheden hun menselijkheid niet moeten verliezen. In de film gaat het feitelijk namelijk niet om armoede of gebrek aan elektriciteit, maar om het behoudt van de menselijkheid in niet-menselijke omstandigheden.  

Toen ik in 1993 de film had afgemaakt, kon ik nog niet zeggen dat we onze menselijkheid hadden weten te redden. Maar zowel de gebeurtenissen in de daaropvolgende 23 jaar als de laatste ontwikkelingen in Armenië (hij refereert hier aan de Armeense fluwelen revolutie) hebben ons laten zien dat dit volk onder de moeilijkste omstandigheden zijn menselijkheid heeft behouden. Ja, het zal moeilijk zijn, en het zal niet van vandaag op morgen veranderen, maar we zien de gezonde basis. Wij hebben al deze moeilijkheden kunnen doorstaan en het verhaal kunnen vertellen. De film gaat echter niet alleen over Armenië, maar in feite over universele menselijk waarden. ’28:94 lokale tijd’; een film over begrippen als moederschap, vrouwelijkheid, broederschap, liefde, duisternis, licht en kou.

ST: De periode waar de film over gaat vormde een moeilijke periode voor de Armeniërs; een aardbeving, het uiteenvallen van de Sovjet Unie en de oorlog. Deze periode, waarin veel Armeniërs in verschillende settings worden geportretteerd, wordt in de film op zich volledig beschreven. Je kiest er in je film echter niet voor om deze moeilijke periode te dramatiseren of om op de politieke context in te gaan. Hoewel het heel makkelijk zou zijn om daarvoor te kiezen, kies je juist voor het meest lastige, en vertel je de gebeurtenissen in verhaalvorm aan het publiek. Waarom koos je hiervoor en hoe heb je dit kunnen filmen?

DS: Zeer bedankt voor deze vraag. Er zitten veel duistere scenes in, maar als totaal is de film helder. Het is een veelbelovende film. Toen ik mijn eerste film maakte, The Lost Paradise, werd mij gevraagd wat mijn belangrijkste statement was. Ik zei: toen “de film is een sprookje en de filmmaker een verhalenverteller”. Dat is mijn stijl. Mijn volgende film gaat ‘Story’ heten. In Armenië of in de wereld maken veel van mijn collega’s zware en donkere films. Wanneer ze vragen: “Waarom toon je zulke negatieve dingen?” krijgt je als antwoord “dit is het leven”. Maar ik ben een onverwoestbare optimist en ik wil dat er hoop doorstraalt in mijn films.

Mijn volgende film zal over Mardiros Saryan zijn, een man met een heel moeilijk leven. Hij heeft zijn zoon verloren, is getuige geweest van de Armeense genocide, maar je zult in geen van zijn schilderijen iets pessimistisch of duisters aantreffen. Hij was iemand die de mensheid zon, kleur, hoop en proza schonk. Ik ben erg geporteerd voor de filosofie van Saryan. Natuurlijk is het niet makkelijk om de moeilijkheden niet te benoemen, maar ik denk dat hoop belangrijk is.

ST: Ik hoop dat we dit keer niet 23 jaar op de film hoeven te wachten…

DS: Eigenlijk is mijn script al 20 jaar klaar. (lacht) Natuurlijk zal ik niet 200 jaar leven. Ik kan niet weer een film pas over 20 jaar gaan maken. Ik wil zo snel mogelijk beginnen, maar zonder budget kunnen er geen films gemaakt worden. Zodra ik de financiering heb geregeld, begin ik meteen met filmen.

ST: Je zei zojuist dat je de film in een tijdsbestek van 23 jaar hebt gemaakt. Hoe zijn deze 23 jaar verlopen? Alles verandert in 23 jaar. De acteurs veranderen, de regisseur verandert…

DS: Aan de ene kant is er niets veranderd, aan de andere kant is alles veranderd. Mijn concepten, afbeeldingen en woorden zijn veranderd. Ik heb de stemmen van de acteurs opgenomen gedurende een periode die liefst 14 maanden bestreek. In die tijd zijn de acteurs ook zelf veranderd, natuurlijk zijn ze ouder geworden, maar dat heb ik ook in de film gebruikt. In de film zijn ze in de winter ouder geworden.

DS: Er zit een scene in de film, die als metafoor moet worden begrepen. Er staan mensen in de rij voor benzine, waarbij jij denkt dat deze mensen ergens in een stad in de rij wachten. Wanneer het beeld verandert, zie je dat ze zich echter in de bergen bevinden, in een door groen omringde omgeving. Maar net het kleine stukje aarde waarop zich de rij bevindt is besneeuwd en kaal. Natuurlijk is het zinloos dat ergens in de bergen een rij staat, maar welke rij is dan wel zinvol? Rijen zijn als zodanig zinloos. Was het niet zinloos om in de rij te wachten terwijl er geen brandstof was aangekomen? We wachtten in de rij en het brood kwam niet. Was dat niet doelloos? Een keer werd de film in Jerevan in een bioscoop vertoond.. Toen één van de toeschouwers deze scène zag, zei hij tegen de andere “weet je nog?”, waarop de andere zei “ja, natuurlijk.” Wat herinneren jullie je? Jullie hebben niet in die bergen in de rij gewacht. Die metafoor onthulde de moeilijkheden waarin ze in het verleden hebben geleefd. Dit is een metafoor, maar het is tegelijkertijd de waarheid.

In 1993 is eerst een synopsis van 4 a 5 pagina’s geschreven. Op basis daarvan heeft mijn vrouw Yana Drouz het script geschreven. Later, tijdens het filmen, is het scenario meermalen aangepast. Toen ik na afloop daarvan de voltooide film bekeek, kwam ik erachter dat ik uitgerekend die 4 a 5 pagina van het begin had verfilmd. Het was alsof de film een reis had gemaakt en uiteindelijk terug kwam naar waar de plek zij vandaan kwam.

ST: Je zei dat jijzelf en je acteurs gedurende het filmen zijn veranderd. Je gaf aan dat de spelers ouder zijn geworden. Ik denk dat dergelijke winters het Armeense volk in z’n geheel heeft verouderd.

DS: Ik heb het in de film gebruikt. Ik ben mijn acteurs erg dankbaar, vooral Ashot Adamyan en Yana Drouz. In deze film, waarvoor ik zo lang heb gedraaid,  is dankzij hun energie een goed verhaal ontstaan. Er zijn overigens geen echt grote of kleine rollen in deze film. In de film heeft Karen Janibekyan een relatief kleine rol. Maar als we hem uit de film zouden halen, stort desalniettemin de hele film ineen. Elke rol heeft zijn eigen prototype. In Amerikaanse films zouden ze zeggen dat dit per ongeluk is gebeurd. Maar in deze film is niets per ongeluk. De mensen in de film komen uit Jerevan. Ik ken de namen en adressen van allemaal (lacht).

ST: Hoe is het om de regisseur van Yana Drouz te zijn? Hoe vind je haar acteerwerk?

DS: Er waren tijdens de opnames momenten, waarop ik me tegen het spel van Yana heb verzet. Soms speelt ze op haar manier. Als ik het later bekijk, zie ik echter dat ze het goed heeft gedaan, omdat ze een hele natuurlijke actrice is. Ik kan eigenlijk niet zeggen dat Yana en Asot in deze film ‘acteerden’. In feite beleefden ze die periode echt opnieuw. Yana heeft zelf de kou in Armenië meegemaakt. Ze werd zelfs ziek, maar is vervolgens weer genezen. In 1993 werd mij tijdens de vertoning van  ‘The Lost Paradise’ op het Filmfestival van Rotterdam gevraagd of de film ook in Jerevan was gepresenteerd. Toen we antwoordden dat we dat toen domweg niet mogelijk was, luidde de reactie dat ze hier in Nederland zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog films hadden kunnen vertonen. Ik zei: “wacht even, laat mij maar de lichten uitdoen dan zien jullie hoe het daar was.” Daarop zeiden, ze zeer verrast: “was het echt zo erg?”

Alles kwam samen in de periode waarin deze film ontstond. Zo wilde in de winter van 1992-1993 een Britse kennis naar ons toe komen. Ik belde met hem en zei hem dat het nu niet de beste tijd is, dat hij in de lente moest komen wanneer het weer warmer zou worden, maar hij wilde niet luisteren. Hij kwam toch, en na twee tot drie weken met ons in die zware omstandigheden te hebben geleefd zei hij: “David, wat voor volk zijn jullie? Als er zoiets in het Verenigd Koninkrijk zou plaatsvinden als hier, zou men al op de derde dag elkaar vermoorden. Hoe kan het dat jullie deze beproevingen verdragen zonder jullie menselijkheid te verliezen?” Nu, dat zijn precies de elementen waaromheen de film is opgebouwd. Het gaat er niet alleen om het verbeelden van wat er toen speelde, maar ook om beelden te vinden die de mensen de betekenis en diepte van het onderwerp duidelijk maken. Ik had natuurlijk ook gewoon een documentaire kunnen maken over de periode, maar dat zou niet hetzelfde effect hebben.

ST: Welke andere Armeense regisseurs hebben je stijl beïnvloed?

DS: Sergei Parajanov en Artavazd Peleshyan zijn de Armeense regisseurs, die het meeste impact op mij hebben gehad. Parajanov beïnvloedde mij door de gekozen opnamehoek en zijn filosofie, en Peleshyan door zijn camera-opstelling en zijn montagestijl. Ik ontleen mijn stijl aan deze twee meesters van de Armeense cinema.

ST: Wat zijn uw plannen voor hierna?

DS: Na de film over Saryan, wil ik een film maken over één van de grote  legendes van de 20ste eeuw, Marcel Marceau. Ik heb hem al in 2005 geïnterviewd en daarbij toen met een 35 mm camera gefilmd. Mijn derde film gaat over de wijsheid en waanzin van de mensheid.

ST: Laten we het weer over vandaag hebben Het hoofdthema van je nieuwe film is het niet verliezen van je menselijkheid in moeilijke tijden. Wat de Armeense Fluwelen Revolutie betreft: wat is de situatie van de Armeniërs nu?

DS: De recente ontwikkelingen hebben ons laten zien dat we onze menselijkheid weten te redden. Wat er toen gebeurd is, moest nu eenmaal gebeuren en is ook gebeurd. Maar van vandaag op morgen zal echt niet alles veranderen, bijvoorbeeld de denkwijze en manier van leven van mensen. De eerste stap is echter wel gezet. Het zou heel erg jammer zijn als dit proces faalt. Aan de andere kant wordt deze periode de wedergeboorte van het Armeense volk genoemd. Dat betekent: het volk is niet dood, het moet alleen opnieuw geboren worden. Zijn wortels zijn gezond. Er kunnen dorre zieke takken zijn, maar die je moet dan wegsnijden zodat nieuwe scheuten tevoorschijn kunnen komen. Als ze ook weer ziek blijken, kunnen deze scheuten opnieuw afgesneden worden, maar ik hoop dat uit deze scheuten toch wel eigen gezonde takken zullen groeien.

Deze hoop zit ook in mijn film. Aan het einde, in het deel op de berg, spreekt een Russische vrouw de belangrijkste zinnen van de hele film uit: “Het is overal lente, maar op het kleine stukje land van ons is het nog winter.” De lente vormt een belangrijke metafoor. De Armeniërs hebben een zeer moeilijke tijd doorstaan. Om nu de lente te kunnen meemaken, vonden zij de kracht in hunzelf.

ST: Laten we het niet alleen over Armenië hebben, maar over alle Armeniërs. Zoals je weet, zijn Armeniërs na de genocide over de hele wereld verspreid geraakt. Wanneer gaan ook die Armeniërs de lente beleven? Zal, wanneer de lente in Armenië arriveert, dan ook de Armeense diaspora een lente doormaken?

DS: Ja, beide zijn met elkaar verbonden. We leven maar in een heel klein stukje land. Naarmate we vooruitgang boeken op het gebied van cultuur, wetenschap en onderwijs, zal dat direct het leven van alle Armeniërs, waar ook ter wereld, beïnvloeden. Tegenwoordig voelen de mensen in Armenië en die in de diaspora deze band veel beter dan vroeger. Als Armenië en Armeense diaspora zijn we nu voortdurend op elkaar betrokken. Dat de Armeniërs niet zijn verdwenen komt doordat ze eerlijk en harde werkers zijn.

***

De ster van ‘Hot Country Cold Winter’ Yana Drouz begint haar interview met te stellen, dat zij in de tijd van de Sovjet-Unie nooit had gedacht dat ze ooit naar West-Europa zou kunnen, omdat de mogelijkheden om naar het buitenland te reizen toen nog erg beperkt waren. De actrice, waarvan het geweldige acteerwerk de aandacht van veel critici heeft getrokken, is in Kiev geboren. Ze is echter aan de theaterschool in het Maly Theater en VGIK Filmacademie in Moskou afgestudeerd. In verband daarmee stelt ze dat ze twee keer is geboren – de eerste keer in Kiev, en de tweede keer in Moskou.

ST: De film speelt zich af in de periode van de oorlog in Nagorno-Karabach, toen de Sovjet-Unie uiteenviel. Heb je in deze periode in Armenië gewoond?

YD: Ik ben actrice en regisseur. Ik kan overal en onder alle omstandigheden mijn beroep uitoefenen. Ik heb in die moeizame periode in Armenië gewoond, omdat ik daar toen toevallig moest zijn. Vanwege de beperkte mogelijkheden in het land hadden de mensen het moeilijk. De aardbeving in Armenië was overigens een ramp die in zekere zin iedereen in de Sovjet-Unie raakte. Men wilde elders overigens eerst eenvoudig niet geloven dat een dergelijke catastrofe had plaatsgevonden. Maar kinderen zaten vast onder ingestorte schoolgebouwen. We voelden ons erg verdrietig vanwege deze gebeurtenissen. Er zijn toen veel mensen uit de rest van de Sovjet-Unie en van daarbuiten naar Armenië gekomen om de slachtoffers helpen.

ST: Je hebt ook in Armenië gewoond toen het zo koud was…

YD: De winter vormde de eerste fase, vervolgens kwam de grote catastrofe van die aardbeving, daarna was er geen elektriciteit meer en moesten we de economische crisis zien te overleven. Ik herinner me een kind tegen zijn moeder te hebben horen zeggen: “Mam, ik wil tekenfilms kijken.” Zijn moeder zei: “We hebben geen elektriciteit.” Het kind zei: “Mam, misschien kunnen we bij het kaarslicht kijken.” Het Armeense volk is nu eenmaal een beetje anders dan andere volkeren. Het slaagt erin om in moeilijke tijden toch saamhorigheid te voelen. De Sovjets hadden een systeem waarin alle mensen samen leefden. Maar nu bestaan er een hele hoop verschillende landen in deze regio. Voor mij is dat eigenlijk vanzelfsprekend, omdat iedereen duidelijk een andere identiteit en cultuur heeft.

ST: Tijdens de Sovjet-Unie was er sprake van solidariteit.

YD: Indertijd waren in Gyumri veel huizen verwoest. Zoals veel anderen gingen we er heen om te helpen. We constateerden dat huizen in een oogwenk moeten zijn verbrand. Ik zag een wijnglas op de vloer staan. Het hele gebouw was ingestort, terwijl het glas op dezelfde plaats was blijven staan.

ST: Om nog even terug te komen op de film: de slotscene is van alle scenes de beste scene. Eerst spreekt je Armeens, dan sta je op een podium en lach je, dan huil je en later lach je weer. Dit gedeelte had meer weg van een toneelstuk dan van een film. Van de hele film was dat eigenlijk het meest indrukwekkende deel, als het gaat om het acteren. Hoe heb je deze scene gefilmd?

YD: De film vormt een weerspiegeling van het leven. Maar wat is leven? Tijdens het filmen in Jerevan kwamen veel mensen naar de opnames kijken. Dit waren de mensen die in die moeilijke omstandigheden leefden en hun familieleden verloren hadden. Zij kwamen naar de set om over het leven te praten. Zij spraken over de noodzaak van verbintenis, van de noodzaak een familie te vormen.

Dit is het leven. Het leven is lachen. Het leven is huilen. Het leven glimlacht. Het leven is gelukkig en verdrietig. Ik was erg ontroerd door dit land. In eerste instantie leerde ik Armenië kennen via Andrei Bely, die een hele goede Russische schrijver is. Hij leefde er in de 20ste eeuw, en schreef heel mooi over het land, als over een diamant. Hij beschreef hoe interessant het was om met de inwoners te praten. Hij beschreef ze als grappende, zingende, energieke, warme mensen.

ST: Wat voor soort reacties krijg je op je acteerwerk? Je optreden in ‘Hot Dountry Cold Winter’ was indrukwekkend. Na de vertoning in het Amsterdam Eye Film Museum stond het publiek in de rij om je te feliciteren.

YD: Eigenlijk weet ik niet veel van de reacties. Dit is een uitvoering en niet ons verhaal. David en ik hebben een ander levensverhaal. Maar ik moet zeggen dat een acteur in staat moet zijn om zijn publiek te vangen met zijn optreden. In die zin vormde dit optreden een weerspiegeling van mijn gedachten. Tijdens het acteren heb ik mijn enthousiasme en liefde voor dit land  laten zien. Het land was niet voorbereid op de ramp die het overkwam, maar ik begrijp hoe het een dergelijke situatie heeft overleefd.

 

Waardeer dit artikel!
Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.
Mijn gekozen waardering € -
Steun RFG Magazine!

Dit artikel lees je gratis. Vind je het onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een maandelijkse bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.Door je eerste betaling ga je akkoord met een maandelijkse afschrijving voor een periode van 1 jaar!

Mijn gekozen waardering € -

 

 

Sayat Tekir
Sayat Tekir (1984) groeide op in Istanbul en vluchtte recent naar Nederland. Als geschoold socioloog en gespecialiseerd in de Turks-Armeense grens, werkte Sayat in Turkije als journalist en editor voor verschillende Turkse mediums, o.a. voor CNN Turk. Sayat is medeoprichter van de Nor Zartonk beweging en tijdschrift, dat zich inzet voor de Armeniërs in Turkijë.