Home > Column > Het kind met de naam van mijn zoon
Column

Het kind met de naam van mijn zoon

Bijna drie jaar geleden zag ik hem voor het eerst: Een kind van vijf in het kantoor van het IND in Den Bosch. Hij was aan het spelen. Toch leek hij niet op andere spelende kinderen, stotterend, zonder ouders.
Het kind met dezelfde naam als mijn zoon kwam in juli 2014 naar Nederland met zijn negentienjarige oom. Onderweg hadden ze heftige dingen meegemaakt: de gevaarlijke oversteek van de grens tussen Algerije en Libië, met smokkelaars. In het konvooi kregen ze een week lang geen eten, om af te vallen. Goed idee, meenden de smokkelaars, want dan pasten er meer mensen op de boot en dat leverde dus meer geld op.

En dan was er de bootreis. Als hij tekende, tekende hij boten, met veel details over de mensen op de boot. Hij vertelde ook over de mensen op de boot, maar nooit over de zee, nooit over het water. Als je hem over zijn familie vroeg, kroop hij weg in een stilzwijgen, hij werd benauwd, kon geen woorden vinden en plaste onbewust in zijn broek. Zijn ouders twee broertjes en zusje waren achtergebleven in Algerije. Geld voor de oversteek van zoveel mensen hadden ze niet.

Zo goed als nihil

Zijn kans op gezinshereniging was zo goed als nihil. Want het IND eiste dat zijn ouders een verblijfsvergunning voor Algerije tevoorschijn toverden, of dat ze zich melden bij een Nederlandse ambassade in een buurland van Syrië. Om een verblijfsvergunning in Algerije te krijgen is meer dan een wonder nodig, want Algiers verschaft die gewoon niet aan vluchtelingen. Afreizen naar Libanon, Irak, Jordanië of Turkije behoorden eveneens tot de onmogelijkheden. Syrisch-Palestijnse vluchtelingen hebben speciale reisvisa nodig om die landen binnen te komen. Die aanvragen konden ze niet, temeer daar de vader bekend stond als een tegenstander van het regime van Bashar Al-Assad. Kortom zij zaten vast in Algerije en hun kind met de naam van mijn zoon zat ook vast, in Nederland.