Home > Buitenland > Honderd jaar Azerbeidzjan: valt er iets te vieren?
BuitenlandCultuur

Honderd jaar Azerbeidzjan: valt er iets te vieren?

Dit jaar viert Azerbeidzjan zijn honderdjarige bestaan als de Democratische Republiek Azerbeidzjan (DRA), de eerste democratische en seculiere republiek in de islamitische wereld.

Vugar Abbasov

Azerbeidzjan – deze naam klinkt steeds meer Nederlanders bekend in de oren, maar zo’n 25 jaar geleden was dat anders. Toen wist bijna niemand iets over dit land. Dat is niet vreemd, want tot 1991 hoorde Azerbeidzjan bij de Sovjet Unie. Dat was het jaar dat het land onafhankelijk werd.

Azerbeidzjan betekent letterlijk ‘land van vuur’. De republiek, de eerste democratische en seculiere republiek in de islamitische wereld, werd in 1918 opgericht. Het is het grootste en dichtstbevolkte land in de Kaukasus, grenzend aan de Kaspische Zee, Iran, Armenië, Georgië en Rusland. De hoofdstad is Bakoe.

Azerbeidzjan mag trots zijn op zijn verworvenheden. Zo stelde het land in 1918, als eerste moslimnatie, het kiesrecht voor vrouwen in, en verleende vrouwen zo gelijke politieke rechten. Azerbeidzjan liep hierin ook voor op een aantal niet-islamitische landen als Frankrijk (1944) en de Verenigde Staten (1920), die het vrouwelijk kiesrecht later instelden. Het land had de eerste meisjesschool en de eerste vrouwelijke piloot van de islamitische wereld. Tevens had Azerbeidzjan met de oprichting van Staatsuniversiteit van Bakoe in 1919 een moderne universiteit.

Maar het land heeft ook moeilijke tijden gekend.

Azerbeidzjan viel in 1828 in handen van de Russen en werd deel van het Russische rijk. Tegen 1917, toen beide Russische revoluties een einde hadden gemaakt aan het rijk van de Sovjets, was het grondgebied van Azerbeidzjan al meer dan 100 jaar deel van de Transkaukasische administratieve regio. De Transkaukaus was een multinationale regio onder het Russische rijk, waaruit in 1991 drie onafhankelijke staten werden geboren: Armenië, Georgië en Azerbeidzjan.

In 1918 profiteerden Armeense opstandelingen van de chaos van de Eerste Wereldoorlog en begonnen massaal Azerbeidzjaanse burgers om te brengen. De etnische Armeniërs in de regio Karabach wilden zich afscheiden, en ze wilde Bakoe en heel Azerbeidzjan bezetten. Olie speelde daarin een belangrijke rol.

Turkse troepen van Nuru Pasha (de broer van Enver Pasha) (het leger van de islam) zijn het Azerbeidzjaanse volk toen te hulp geschoten. Mede dankzij de Turken werd Bakoe op 15 september 1918 van de Armeniers bevrijd en tot hoofdstad van de Republiek gemaakt. Tot die tijd was Gandja de hoofdstad. In 1918 verklaarde het land zich als de Azerbeidzjaanse Democratische Republiek onafhankelijk.

Mammad Amin Rasulzadeh (Azerbeidzjaans: Məmməd Əmin Rəsulzadə, 1884 – 1955), leider van de De Musavat-partij, werd de eerste en enige president van de Democratische Republiek Azerbeidzjan (1918-1920). Zijn woorden “Bir kərə yüksələn bayraq, bir daha enməz!”, te vertalen als “De ooit geheven vlag zal nooit vallen!”, werd het motto van de Azerbeidzjaanse onafhankelijkheidsbeweging van de 20e eeuw. De eerste premier werd Fatali Khan Khoyski (1918–1919), hij werd opgevolgd door Nasib Yusifbeyli (1919–1920) en Mammad Hasan Hajinski (1920).

En toen, in 1920, viel het land opnieuw in handen van de Sovjets. Met de val van de Sovjet-Unie in 1991 werd Azerbeidzjan voor de tweede keer onafhankelijk. Maar ook toen ging het algauw mis. De eerste jaren na de onafhankelijkheid werden overschaduwd door de oorlog in Nagorno-Karabach.

Buurland Armenië probeerde grip te krijgen op die regio in Azerbeidzjan, waar ook veel Armeniërs wonen.

Dat liep uit op een bloedige oorlog. De bloedigste gebeurtenis (genocide) was het bloedbad van Xocalı, waarbij 613 burgers, onder wie 106 vrouwen en 83 kinderen, werden afgeslacht door Armeense en Russische troepen.

Tijdens de oorlog zijn er naar schatting 30.000 mensen om het leven gebracht en meer dan een miljoen burgers (Azerbeidzjaanse) verdreven uit Karabach. De VN-Veiligheidsraad heeft resoluties (822, 853, 874, en 884) opgesteld, die opriepen tot “de terugtrekking van Armeense bezettingstroepen uit de bezette gebieden van de Azerbeidzjaanse Republiek.”

Sinds 1994 is er een wapenstilstand met Armenië, dat momenteel nog steeds 20% van het Azerbeidzjaanse grondgebied bezet. Dit is de regio Karabach en nog zeven andere steden. Nog steeds laait geweld in de regio op gezette tijden op. De Azerbeidzjaanse mensen hopen het bezette grondgebied ooit terug te krijgen, in eerste instantie met diplomatieke middelen en dialoog. Maar als dat niet lukt, is oorlog de enige weg, zeggen ze.

Ja, sinds 1991 kreeg Azerbeidzjan meer bekendheid, ook omdat het zich na de onafhankelijkheid openstelde voor de wereld. In Bakoe worden veel internationale activiteiten georganiseerd, zoals het Eurovisiesongfestival en de Formule 1.

Ondanks de oorlog valt er iets te vieren dit jaar, het jaar van het honderdjarige bestaan van de Democratische Republiek Azerbeidzjan (DRA). De inwoners van Azerbeidzjan zijn trots op hun land. De president heeft 2018 officieel het “100-jarig jubileum van de Democratische Republiek Azerbeidzjan” genoemd. Iedereen gaat dit op 28 mei vieren met een groot feest, want ze willen hun vlag niet meer laten vallen. Zoals Mammad Amin Rasulzadeh ooit zei: “De ooit geheven vlag zal nooit vallen!”

 

Bronnen:

https://reportersonline.nl/hoe-het-land-van-het-vuur-een-vlammetje-aanwakkert

https://nl.wikipedia.org/wiki/Democratische_Republiek_Azerbeidzjan

Vugar Abbasov
Vugar Abbasov is geboren op 30 juni 1974 in Bejlakan (Azerbeidzjan). Van 1975 tot 2008 heeft hij in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe gewoond. Daar studeerde hij aan de Wester Universiteit. Van 1993 tot 2008 werkte Vugar als journalist voor de Azerbeidzjaanse publieke omroep. Sinds 2008 woont hij samen met zijn vrouw en twee kinderen in Nederland. Hij is lid van On File JV en Azerbeidzjaanse Journalisten Vereniging en de voorzitter van de stichting “Connect.”