Home > Buitenland > In Iran roept niemand nog Allah Akbar
Buitenland

In Iran roept niemand nog Allah Akbar

Sinds de Ayatollahs in 1979 de macht grepen in Iran, kwam het volk regelmatig in opstand. Toch is het deze keer anders, schrijft Peyman Yarian. ‘Iraniërs hebben genoeg van hun religieuze overheid.’
Sinds een aantal weken wordt in Iran massaal gedemonstreerd tegen het regime. Deze recente protesten verschillen nogal van eerdere protesten. Het grootste verschil is dat je nu niemand  ‘Allah Akbar’ hoort roepen op straat. Het Iraanse volk heeft genoeg van een religie die ze dwingt om het regime te gehoorzamen. Veel demonstranten schreeuwen de slogan ‘weg met die onzin’. Ze eisen dat een referendum wordt gehouden over het huidige politieke systeem.
Als ik terugdenk aan mijn eigen leven in Iran, doemen er talloze negatief beladen herinneringen op. Alle problemen die ik heb meegemaakt, en met mij miljoenen Iraniërs, komen voort uit de revolutie van 1979. De huidige generatie Iraniërs gelooft niet meer in de Islamitische revolutie. Woedend vragen ze aan de generatie van hun ouders en grootouders: ‘Waarom ontketenden jullie die revolutie? Hadden jullie Khomeini niet door?

Vrijheid en gelijkheid
Revoluties zijn zelden succesvol. Revolutionairen handelen meestal impulsief en gehaast. Na de vurig gewenste omwenteling komen ze erachter dat ze het land niet kunnen besturen. In Iran was het niet anders. Khomeini woonde vóór de revolutie in het Franse dorp Neauphle-le-Chateau. Als een vrijdenkende Fransman beloofde hij de Iraniërs vrijheid en gelijkheid. Terug in Iran bleef van zijn beloften weinig over. De revolutie maakte een einde aan de (beperkte) vrijheden die Iraniërs genoten onder de Sjah.
Op het moment van de revolutie in 1979 droomden de Iraniërs van vooruitgang, meer vrijheid en democratie. Veel vrouwelijke vrijdenkers gingen zonder hoofddoek de straat op om te demonstreren tegen de Sjah en voor vrijheid en een beter leven, maar kwamen terug met een verplichte hoofddoek van Ayatollah Khomeini. Natuurlijk hadden ze ook geen volledige vrijheid onder de Sjah, maar op zijn minst konden ze zich naar eigen smaak kleden, konden ze zelf beslissen over het wel of niet dragen van een hoofddoek en hadden Iraniërs — vrouwen én mannen— veel meer vrijheid in hun persoonlijk leven.
In een toespraak na de revolutie zei Khomeini: ‘Breek de pennen. Laat je niet bekritiseren door schrijvers en recensenten.’ Hij veroordeelde dissidenten tot de gevangenis, doodde veel linkse mensen en dwong vrouwen een hoofddoek te dragen. Er kwamen bizarre straffen. Bij mensen die veroordeeld werden voor diefstal, werden vingers afgesneden. Van politiek of economie had Khomeini geen verstand. ‘Economie is voor ezels,’ zei hij in een andere toespraak.
Mislukking
De Islamitische Republiek was van meet af aan een mislukking. Religie en een republiek gaan nu eenmaal niet samen. Religie is een persoonlijke overtuiging. Wanneer je religie opneemt in de wet, leidt dat alleen maar tot grote meningsverschillen. Door de komst van de sharia werd vrijheid in al haar vormen in de prullenbak weggegooid. Als één partij de macht heeft, leidt dat onherroepelijk tot een dictatuur. Iran kent geen vrije politieke partijen en kranten die de samenleving zouden kunnen beschermen tegen radicalisering en accumulatie van macht.
Na 1979 was Khomeini tien jaar lang de grote leider van Iran. Het was een verschrikkelijke tijd. Alleen al in de zomer van 1988 werden onder zijn bewind 35.000 mensen vermoord, met name jongeren. Deze politieke en gewetensvolle gevangenen werden geëxecuteerd in de geheime gevangenissen van de Islamitische Republiek Iran en begraven in massagraven. In de meeste gevallen was de ‘misdaad’ van deze mensen dat zij hadden samengewerkt met oppositieorganisaties, met name de PMOI (een Iraanse partij) en een reeks linkse, communistische en marxistische groepen. Sommige slachtoffers waren zwangere vrouwen. Veel nabestaanden weten nog steeds niet waar hun vermoorde familieleden begraven liggen. Anderen begroeven hun familieleden in de tuin omdat het hen toegang tot de begraafplaats werd ontzegd.
Burgeroorlog
Ten tijde van de revolutie was ik zeven jaar oud. Een jaar later brak in Sanandadj, de stad in Iraans Koerdistan waar ik ben geboren en getogen, een burgeroorlog uit tussen de Islamitische Republiek en de Peshmerga (de Koerdische strijdkrachten). Deze burgeroorlog duurde slechts 24 dagen, waarna de Peshmerga plaatsmaakten voor de Hezbollah. Ik herinner mij als klein kind dat er veel mensen door de Hezbollah werden opgepakt en vermoord.
Het waren duistere tijden. Je wist niet wanneer je aan de beurt was om opgepakt dan wel vermoord te worden. Niemand durfde een ander te vertrouwen uit angst verklikt te worden. Lange tijd werd er niet meer gezongen of gedanst op bruiloften. Vrouwen werden gedwongen om lange zwarte kleiding te dragen. Elke maandag, donderdag en vrijdag gingen ze naar de graven van vrienden en familieleden die door de Hezbollah om het leven waren gebracht, om voor ze te bidden en hen te herdenken. Veel mensen waren op zoek naar hun kinderen die door de Hezbollah waren opgepakt. De meesten weten tot op de dag van vandaag niet of hun kinderen nog in leven zijn.
Saddam
Eind 1980 brak de verwoestende achtjarige oorlog uit tussen Iran en Irak. Ik herinner mij dat Saddam onze stad liet bombarderen, en wij als kleine kinderen met de boeken onder onze armen en het geluid van de sirenes in onze oren naar de schuilkelders renden. Als het een tijdje rustig was, haastten we ons naar huis met angst in onze kleine lijfjes. Die gebeurtenissen staan in mijn geest gegrift als een film op een filmdoek.
Censuur
In 1988, ik was toen zestien, wilde ik acteur worden. Op school hoorde ik van een vriend dat er een filmstudio in onze stad zou komen. ‘Zij zoeken iemand die een rol wil spelen in de eerste film. Doe je met ons mee?’, vroeg hij me. ‘Natuurlijk doe ik mee,’ antwoordde ik onmiddellijk. Na die eerste filmrol ging ik aan de slag in het theater. Met een groep vrienden richtte ik een eigen theatergroep op. Al onze toneelteksten moesten we opsturen naar het ministerie van cultuur. Het ministerie censureerde veel zinnen die het niet passend vond. Soms werd ons verboden om een stuk uit te voeren.
Via het theater ontmoette ik journalisten en schrijvers. Zij leenden mij allerlei belangrijke boeken en teksten — vaak boeken die door het regime verboden waren. Zo ontstond mijn passie voor journalistiek en literatuur. Toen het tijd werd om een studierichting te kiezen, koos ik voor de journalistiek.

Shariapolitie
In studeerde in een periode van zware repressie. Muziek was verboden, de meeste artiesten vluchtten naar Europa of de Verenigde Staten. Ook alcohol werd verbonden (en is dat nog steeds). Wie gedronken had, werd geslagen door de shariapolitie. Enige vorm van contact tussen mannen en vrouwen was verboden. Zelfs het dragen van een T-shirt door mannen was niet toegestaan.
Na mijn afstuderen kon ik gelukkig meteen aan de slag als journalist bij een krant. Naast mijn journalistieke werk schreef ik boeken. Ik heb in totaal vijf boeken uitgegeven in de periode dat ik in Iran woonde. Maar alles wat ik schreef werd door het ministerie van cultuur zwaar gecensureerd. Dat is niet waar je als schrijver op zit te wachten. Alle journalisten, schrijvers en dichters leden hieronder. Niet voor niets wonen de meeste Iraanse schrijvers, journalisten en dichters nu in het buitenland.
Opstand
In 1999 kozen de Iraniërs een nieuwe president. Bijna 21 miljoen mensen stemden voor Mohammad Khatami. Er brak een tijd aan waarin aanslagen werden gepleegd op schrijvers, journalisten en vrijdenkers. Daarbij kwamen onder meer de bekende schrijvers en activisten Mohammad Mokhtari en Mohammad-Jafar Pouyandeh om. Er was een incident waarbij de remmen van een bus met een groep schrijvers waren doorgesneden. De inzittenden overleefden deze aanslag doordat hun bus tegen een rots tot stilstand kwam. Uit onderzoek bleek dat de geheime politie deze aanslag had gepleegd.
In de zomer van 1999 kwamen studenten van de Universiteit van Teheran in opstand. De aanleiding was de sluiting van een universiteitskrant wegens de publicatie van een artikel waar het regime het niet mee eens was. Op 13 juli van dat jaar vielen agenten de campus binnen. In de dagen die volgenden werden studenten in elkaar geslagen, opgepakt en in sommige gevallen vermoord. Mensenrechtenactivisten denken dat zeven mensen zijn gedood bij een aanslag op een slaapzaal op de campus. De student Saeed Zeinali verdween spoorloos na zijn arrestatie.
Khamenei
Tien jaar later, in juni 2009, kwam de bevolking opnieuw in opstand. Weer werden er presidentsverkiezingen gehouden. Ik was op dat moment net vrijgelaten uit de gevangenis. Na mijn vrijlating had ik geen toestemming om te werken als journalist. Ik deed het toch, in het geheim. Ieder moment vreesde ik de geheime politie.
Met vrienden en collega’s in Teheran voerde ik levendige debatten over hervormingen. Iedereen wist dat de leider van Iran, Ayatollah Khamenei, hier fel tegen was. Hij wilde het land blijven regeren volgens de islamitische wetgeving.
Drie oppositiekandidaten waren erg populair: Mir-Hossein Mousavi, Mehdi Karroubi en Mahmoud Ahmadinejad. ’s Avonds debatteerden deze kandidaten op de televisie. De meeste mensen in mijn omgeving wilden stemmen op Mousavi. Zij hadden veel kritiek op Ahmadinejad, volgens velen een populistische kandidaat.
Verkiezingsfraude
Op de dag dat het volk een nieuwe president koos, gebeurde er iets buitengewoons. Die avond stuurde Mojtaba Khamenei, de zoon van Ayatollah Khamenei, de Revolutionaire Garde naar de stembussen. Zij verwisselden het merendeel van de stembiljetten voor Mousavi voor stembiljetten voor het regime van Ahmadinejad, een bondgenoot Khamenei. Oppositiekandidaat Karroubi leverde het bewijs voor deze fraude, maar werd daarvoor bestraft met een huisarrest dat voortduurt tot op de dag van vandaag.
Iraniërs waren woedend over de verkiezingsfraude en gingen opnieuw de op straat op om te demonstreren. Ik was aanwezig bij deze protesten in Teheran. De mensen vroegen waar hun stemmen waren gebleven. Het haalde niets uit. Khamenei verklaarde de verkiezingen geldig en riep Ahmadinejad uit tot president. Vervolgens dreigde hij de demonstranten slecht te behandelen als ze hun protesten zouden voorzetten. Toen zijn dreigementen massaal werden genegeerd greep de politie hard in, met als gevolg dat 85 mensen werden gedood en enkele duizenden naar de gevangenis werden gestuurd.
De protesten tegen de frauduleuze verkiezing van Ahmadinejad kwamen bekend te staan als de ‘Groene Beweging’. Aanvankelijk was groen de kleur van de aanhangers van Mir-Hossein Mousavi, maar al snel werd het een symbool van eenheid en hoop van degenen die zich verzetten tegen de herverkiezing van Ahmadinejad. Leiders van deze beweging, waaronder Mousavi, zijn vrouw Rahbavard en Mehdi Karroubi kregen huisarrest. De politie viel de kantoren van kritische kranten binnen en sloeg alle computers kapot. Journalisten die artikelen schreven ter ondersteuning van het Groene protest werden geslagen en bedreigd.
Repressie
Sinds Ahmadinejad aan de macht is zijn de werkloosheid, de armoede en de honger in Iran toegenomen. De economie zit volkomen in het slop. Het regime heeft niet het vermogen om banen voor jongeren te creëren. De repressie is erger dan ooit. Veel Iraniërs voelen zich niet veilig in hun eigen land. Dat geldt zeker ook voor homoseksuelen, die grote risico’s lopen op arrestatie of erger.
De huidige protesten zijn niet gestart door intellectuelen of door journalisten, maar door werkloze en hongerige mensen. Het begon met demonstraties tegen de stijging van de voedselprijzen, maar al snel richtte de woede zich op de regering van Ayatollah Khamenei. Voor het eerst spreken Iraniërs zich openlijk uit voor regimeverandering.
Iraniërs willen geen religieuze overheid meer. In sommige steden viel bij protesten zelfs de naam van de zoon van de Sjah als mogelijke presidentskandidaat. Demonstranten verscheuren foto’s van Khamenei. Ze noemen hem een leugenaar en eisen zijn vertrek. Tot nu toe werden dertig mensen gedood tijdens de protesten en 3800 mensen gearresteerd.
Refugee
Zelf vluchtte ik in 2011 uit Iran. De omstandigheden waaronder ik moest leven kon ik niet langer tolereren. Ik mocht niet werken — noch voor de overheid, noch voor particuliere bedrijven. Mijn beroep uitoefenen, schrijven voor een krant of tijdschrift, was sowieso onmogelijk. Zelfs als ik wilde reizen had ik de toestemming nodig van de politie. En altijd was er het risico van arrestatie.
Het was niet gemakkelijk om een leven aan herinneringen achter mij te laten, maar ik had geen andere keus. Mijn vlucht voerde mij naar Nederland. De eerste Nederlander die ik sprak was een lange blonde man. Ik vertelde hem: ‘I am a refugee.’
Nog iedere dag droom ik van een vrije toekomst voor Iran. 
 
Beeld:  Hamed Sabar. Vrouwen demonstreren tegen de Iraanse regering, 17 juni 2009. Via Flickr (CC BY 2.0)
     

Peyman Yarian
Peyman Yarian komt uit Iran. Hij is geboren op 9 maart in 1971 in de stad Sanandadj. Hij studeerde journalistiek en werkte 18 jaar voor verschillende Iraanse kranten en tijdschriften. Meestal schreef Peyman over literatuur en geschiedenis. Hij heeft ook vijf boeken in Iran uitgegeven. Inmiddels woont hij zes jaar in Nederland en schrijft hij korte verhalen en artikelen in het Nederlands.