Home > Buitenland > Kindsoldaten in Jemen

Duizenden kinderen in Jemen worden gedwongen om deel te nemen aan gevechten. De strijdende partijen gebruiken hen als brandstof in hun oorlog. Degenen die overleven gaan een ellendig leven en een verloren toekomst tegemoet, schrijft Fares Alhemyari.

 

 
Eind 2014 brak in Jemen een totale oorlog uit tussen regeringstroepen, gesteund door Saoedi-Arabië, en de sjiitische Houthi’s, gesteund door Iran. Dit bloedige conflict woedt nog steeds. De Verenigde Naties of andere internationale en regionale actoren hebben er geen einde aan kunnen maken. De oorlog heeft Jemen sterk verarmd. Schendingen van mensenrechten zijn aan de orde van de dag, ook die van de meest kwetsbare kinderen.

Van school tot vechten

Het conflict dwong duizenden kinderen om de school te verlaten en een bron te vinden om te overleven. Velen van hen gingen daardoor deelnemen aan militaire operaties. Jemen heeft het Facultatief protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind ondertekent, dat de inzet verbiedt van kinderen jonger dan 18 jaar in gewapende conflicten. Rapporten van de VN en mensenrechtenorganisaties bevestigen dat beide partijen toch kinderen hebben ingezet bij verschillende missies, waaronder vechten, werken bij checkpoints, explosieven smokkelen en voedsel verstrekken op plekken waar gevochten wordt.
Kinderen die momenteel bij het conflict betrokken zijn, leggen een zware last op de samenleving. Ze moedigen hun leeftijdgenoten aan om ook deel te nemen aan de oorlog. Zo groeit een bloeddorstige generatie op, die de schoolbanken heeft ingeruild voor een onbekende en gewelddadige toekomst. Tientallen kinderen sneuvelden, raakten gewond, werden gehandicapt of zijn krijgsgevangen genomen. De fysieke en psychologische gevolgen daarvan zullen nog lang doorwerken in de Jemenitische samenleving.

Jonger dan 15 jaar

Over het precieze aantal kinderen dat in de strijd wordt ingezet zijn uiteenlopende berichten. De Groep van Vooraanstaande Internationale en Regionale Deskundigen inzake Jemen van de VN-Mensenrechtenraad heeft een groot aantal gevallen kunnen verifiëren. Volgens het laatste rapport van deze Groep werden 3.034 kinderen geworven in de periode september 2014 tot juni 2019. De Houthi’s rekruteerden daarvan 1.049 kinderen, ongeveer een derde. Het rapport tekent daarbij aan dat het werkelijke getal aan de kant van de Houthi’s waarschijnlijk hoger is dan wat de Groep kan verifiëren. Volgens het rapport zetten beide partijen kinderen onder de 18 jaar in als soldaten. Sommigen zijn jonger dan 15 jaar.

Schending internationale verdragen

Het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) komt met nog hogere getallen. UNICEF schat dat in Jemen elke dag “een kind wordt gedood of gewond en acht kinderen worden geworven voor de strijd.” Volgens de organisatie zijn er 7.300 kinderen gedood vanaf het begin van het conflict in Jemen in 2014 tot en met mei 2019. Het werkelijke aantal is ongetwijfeld hoger volgens UNICEF.
De internationaal erkende Jemenitische regering geeft de hoogste getallen. Walid Alabarah, de officiële woordvoerder van het ministerie van Mensenrechten beschuldigt de Houthi’s van het werven van meer dan 30.000 kinderen en het instellen van een verplichte militaire dienst voor kinderen. Volgens hem heeft het ministerie deze kinderen geregistreerd. Hij vindt dat deze praktijken de Rechten van het Kind schenden en een flagrante schending zijn van internationale verdragen die de rekrutering van kinderen strafbaar maken. Volgens Alabarah hebben de Houthi’s een wet aangenomen die een militaire dienstplicht oplegt na de middelbare school. Dat zou zijn gebeurd om schendingen van Rechten van het Kind te verhullen en nieuwe strijders te rekruteren. De Houthi’s zouden ook sommige gezinnen dwingen om hun kinderen af te staan voor deelname aan de gevechten, aldus Alabarah.
De Houthi-leiding in de hoofdstad Sanaa, die door de internationale gemeenschap niet erkend wordt, zegt dat haar wetten de rekrutering van kinderen juist strafbaar stellen. Volgens Hamid al-Rafeeq, functionaris bij het leiderschap “zullen we ons inzetten voor de handhaving daarvan”. Hij gaf aan dat het leiderschap van de Huthi’s alle militaire leiders had verboden kinderen bij militaire acties te betrekken.

Toegenomen

Bij al deze verschillende getallen zal de precieze omvang van het probleem misschien nooit helemaal duidelijk worden. Afrah Nasser, onderzoeker bij Human Rights Watch, zegt dat de inzet van kinderen in het Jemenitische conflict alleen maar is toegenomen sinds 2014. Ze legt uit dat Jemen een jonge samenleving is en dat jongeren een groot deel daarvan uitmaken. De oorlog treft hen rechtstreeks omdat ze worden gedwongen deel te nemen aan het conflict. Volgens haar worden kinderen gebruikt als soldaat, als informanten of in de logistiek. Onderzoeker Nasser gaf aan dat Human Rights Watch druk uitoefent op de partijen om kinderen uit militaire dienst te halen en degenen die verantwoordelijk zijn voor deze schendingen te straffen.

Kindsoldaat in pick-up met Houthi-strijders in de hoofdstad Sanaa.

Regeringstroepen in Taiz
 Uit veiligheidsoverwegingen is de maker van de foto’s en de video anoniem.
 

Waardeer dit artikel!
Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.
Mijn gekozen waardering € -
Steun RFG Magazine!

Dit artikel lees je gratis. Vind je het onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een maandelijkse bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.Door je eerste betaling ga je akkoord met een maandelijkse afschrijving voor een periode van 1 jaar!

Mijn gekozen waardering € -

 

Fares Alhemyari
Fares Alhemyari (1983) is een Jemenitische journalist. Hij studeerde journalistiek aan de Sana'a University en werkte vanaf 2007 voor lokale kranten in Jemen en als correspondent voor het Chinese persbureau Xinhua. Ook was hij hoofd van de nieuwsafdeling voor een Jemenitische zender in Istanbul. Fares volgt de ontwikkelingen in Jemen op de voet, met name de mensenrechtensituatie in het land.