Home > Column > Nederland ruikt naar koe en vreemde bloemen
Column

Nederland ruikt naar koe en vreemde bloemen

In 2012 ben ik uit Syrië gevlucht voor de crisis. Ik kon alleen de noodzakelijke spullen meenemen die belangrijk waren voor mijn kinderen. Met mijn koffers reisde ik naar Egypte zonder afscheid te nemen van Damascus.

Als ik nu terug kijk op dit moment, besef ik hoe zwaar en hartverscheurend deze beslissing was. Het was niet vrijwillig om zomaar opeens mijn geboorteland, herinneringen, familie, alles achter te laten. Ik moest zo snel mogelijk uit Damascus vertrekken. Door alle haast kon ik zelfs geen afscheid nemen van alle plekken in Damascus waar ik zoveel mooie herinneringen aan had. Alle stenen van de universiteit, alle bushaltes, alle drukke straten, alle falafel-restaurants, elk park waar ik heenging met vriendinnen… Damascus is voor mij meer dan alleen een politieke hoofdstad. Ik heb een relatie met de stad en het leven in de stad. Ik groeide er op, speelde op straat, studeerde in de stad en ontdekte wat liefde was.

Liefde tussen religies

Damascus is niet alleen een plek waar veel Damascenen hun bezittingen en familie hebben achtergelaten om te zoeken naar een tijdelijke veiligere plek, maar ook een belangrijke historische stad. Voor mij is Damascus een lang historisch verhaal. Het vertelt over de eerste beschavingen, over de langst bewoonde stad, de belangrijke rol die het in de menselijke geschiedenis heeft gespeeld. Ook het verhaal van drie belangrijkste wereldgodsdiensten; het jodendom, christendom en islam, wordt verteld.