Home > Poëzie en Fictie > Verberg je glimlach

Het werd van hem verondersteld dat hij zijn glimlach verborg en niet om anderen zou geven. Er was hem verteld dat als hij geen genegenheid toonde, anderen juist meer tot hem aangetrokken zouden zijn. Hij droeg ijzeren kleding.
Hij was bang dat een aai of oogcontact zijn huid of hart zou raken. Hij was bang om zijn blik in de ogen van de ander te zien. Ogen waren voor hem concentrische cirkels met in het middelpunt een oneindig zwarte kern. Hij was bang om in deze afgrond te vallen en daardoor de scherpe diepte van mensen te raken.
Hij stond voor de spiegel in de winkel en paste de hoed en probeerde zich ervan te overtuigen dat hij een hoed kocht voor de sier, maar wist dat hij zijn ogen eronder wilde plaatsen.
Toen hij bijna thuis in zijn straat aankwam, vonden vijf kleine, koude vingers een plaats tussen de zijne. Het geluid ‘opa, opa’ klonk luid. Het was Sahar, zijn kleindochter. De enige persoon die hij toestond hem met een hard, hoog geluid te roepen. Hij keek naar haar roze wangen en bedacht hoe mooi de paarse jas haar stond. Hij zat op zijn knieën. Sahar had een roze muts op die ze tot aan haar wenkbrauwen over haar hoofd had getrokken, haar ogen straalde. Haar ogen waren minder scherp en diep.
Hij vroeg: “wat doe je hier?” Sahar zei: “ik wachtte op jou en dacht dat we samen een sneeuwpop zouden kunnen maken.” Hij keek naar de kleine handen van Sahar die rood waren geworden van de kou.
Hij wilde haar knuffelen, in haar rode wangen knijpen en met zijn vingers door haar zwarte haar gaan, maar pakte alleen haar hand en ze liepen naar het park dat vlakbij was. Hij probeerde langzaam te wandelen zodat Sahar, met haar kleine voetjes, niet te snel door de sneeuw hoefde te lopen. Toen ze in het park aankwamen maakte Sahar haar hand los, rende vooruit en begon een sneeuwpop te maken. Hij stond erbij.
Zij, met een grote glimlach en twee losse melktanden, zei: “mooi, he?” Hij liep naar de sneeuwpop en staarde zonder angst in de stenen ogen van de pop en bedacht zich hoe goed het was dat de ogen van de sneeuwpop slechts van steen waren en geen holle pupillen. Terwijl hij hierover stond te denken pakte Sahar opeens zijn hoed en schreeuwde: “ik denk dat dit hem mooi zou staan!” Zij wachtte niet op zijn reactie een zette de hoed op de kop van de sneeuwpop. Sahar met haar kleine handen en grote glimlach maakte hem sprakeloos “Dank je opa, het wordt echt mooi”, zei Sahar en knuffelde hem.
Voordat het donker werd, gingen ze naar huis, zonder zijn hoed. Onderweg dacht hij aan de ogen van sneeuwpop. Toen ze thuis waren, ging hij zoals altijd direct naar de wc. Hij hoorde het harde gelach van Sahar pratend met haar moeder.
Het zou mooi zijn als hij zijn hoed nog had gehad en zijn ogen er onder had kunnen verschuilen. Maar misschien was de sneeuwpop er nu ook wel heel blij mee. Hij keek naar zijn ogen, waar geen gevoel in zat.
Hij heeft geleerd dat een man nooit zijn ware gevoelens zou moeten tonen. Dat hij nooit hard zou moeten lachen of huilen. Hij wilde een echte man zijn, maar als hij in de wc voor de kleine spiegel stond vergat hij alles voor een paar minuten. Dan probeerde hij te lachen, boos te worden, te praten. Hij beeldde zich in dat hij in de wangen van Sahar kneep en met haar speelde en lachte.
Toen hij de wc uitkwam was zijn dochter Sahar streng aan het toespreken omdat ze de hoed van opa op de sneeuwpop had gezet. Hij keek naar zijn dochter die volwassen en een moeder geworden was. Hij wilde zijn dochter knuffelen en zeggen dat het niet uitmaakte.
Mompelend dat hij de hoed morgen wel zou ophalen liep hij naar zijn bed en dacht na over zijn hoed op de kop van de sneeuwpop.